(035) 624 11 81

Geschiedenis en maatschappijleer

Het vak en de stijl.
De vakken geschiedenis (incl. staatsinrichting) en maatschappijleer worden op traditionele én moderne wijze gegeven. Dat betekent klassikaal, maar met oog voor de individuele leerling. Een les beweegt zich binnen de bandbreedte van hoorcollege en onderwijsleergesprek. Altijd wordt aandacht besteed aan de chronologie, de feiten, het historisch verhaal, de grote samenhang en de actualiteit. Uitgangspunt daarbij is dat met name ‘geschiedenis’ een denkvak is. Leren gaat na enige oefening steeds beter, evenals het bijbrengen van elementaire onderzoeksvaardigheden. Verbanden leggen is moeilijker en wordt dus intensief geoefend in de les. Leerlingen worden geacht nieuwsgierig te zijn, in de les te willen leren en begrijpen. De sectie heeft weinig op met dé waarheid, maar des te meer met het openen van deuren naar het onbekende, naar intellectueel en historisch avontuur zogezegd. Waar maatschappijleer vooral gericht is op het inzichtelijk maken van staatsinrichting, probeert de sectie met de ‘Spieghel Historiael’ de leerling te verrassen, en zijn plaats in het heden te verduidelijken en te relativeren.

Geschiedenis in de onderbouw
Geschiedenis wordt in de onderbouw chronologisch aangeboden. In de eerste klas ligt de nadruk op de oude geschiedenis: Prehistorie, Egypte, Griekenland, het Romeinse Rijk met aansluitend het Jodendom, het christendom, de islam en de Middeleeuwen. In de tweede klas gaat de aandacht naar de Renaissance, de Reformatie, de Ontdekkingsreizen, de Tachtigjarige Oorlog en de Republiek, de Verlichting en de Franse Revolutie. In de derde klas komen aan bod: de 19e eeuw met onder andere de Industriële revolutie en ideologieën als liberalisme en socialisme en de Russische Revolutie. Daarop volgt een overzicht van 20ste-eeuwse onderwerpen: de twee wereldoorlogen en de Koude Oorlog.

In de onderbouw ligt veel focus op het aanleren van de vaardigheden ‘nauwkeurig lezen en ‘nauwkeurig formuleren’. Ook wordt in de onderbouw continu gewerkt aan het aanleren en de beheersing van een 150-tal stof- (en vak-)overschrijdende begrippen, die van belang zijn in de bovenbouw en voor de opleiding na het eindexamen.
De gebruikte methode is in leerjaar 1 ‘Feniks voor VWO. In de komende jaren vervangt deze pure VWO-methode ook in klas 2 en 3 de gebruikte HAVO/VWO-methode.



Geschiedenis en maatschappijleer in de bovenbouw 

Geschiedenis maakt in de bovenbouw deel uit van de profielen Cultuur & Maatschappij en Economie & Maatschappij, of is een keuzevak in het vrije deel. De ervaring is echter dat veel leerlingen uit de andere profielen het vak erbij kiezen. In klas 4 moet je, als je geen CM- of EM-profiel hebt, kiezen uit geschiedenis of aardrijkskunde (maar je kunt natuurlijk ook allebei de vakken volgen).

Maatschappijleer is in het 4de leerjaar voor alle leerlingen verplicht. De lessen zijn gebaseerd op de methode ‘Thema’s Maatschappijleer’. Behandeld worden o.a de Nederlandse staatsinrichting, het ontstaan en het bestuur van de Europese Unie, enige aspecten van het Nederlandse en het internationale recht. Het vak wordt afgesloten door middel van twee schoolexamens. Het vak telt mee voor het eindexamen en vormt een deelcijfer met het profielwerkstuk.

Het programma van Geschiedenis in de vierde klas legt de nadruk op onderdelen die in de onderbouw niet of slechts oppervlakkig aan bod zijn gekomen, maar niettemin essentieel zijn in de vorming van een brede historische basis en een degelijk begrip van het heden. Het gaat hierbij om 19de en 20ste-eeuwse onderwerpen: de geschiedenis van het interbellum en de Tweede Wereldoorlog (met onderwerpen als het Italiaanse fascisme, de wereldwijde economische depressie van de crisisjaren en het Derde Rijk in Duitsland) en de Nederlandse geschiedenis tussen 1848 en 1949 met o.a. aandacht voor Nederland tijdens de tijd van de 'verzuiling' en Tweede Wereldoorlog en voor het koloniale verleden in Nederlands-Indië. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten (o.a. Turkije, Israël en Palestina).

In klas 5 wordt een viertal thema’s verdiept. Het zijn momenteel: Opstand & Republiek, de Verlichting, Nationalisme en natievorming in de 19de eeuw (in het bijzonder de Duitse eenwording en het Duitse Rijk 1871-1918), en een begin wordt gemaakt met Duitsland na 1871. Deze thema’s vormen grotendeels een concrete voorbereiding op het Centraal Examen: de overheid heeft enkele van deze onderwerpen als extra belangrijk aangemerkt voor het CE.

In de zesde klas worden WOII en de Koude Oorlog behandeld (met de focus op Duitsland 1918-1991), beide onderwerpen worden met een SE afgesloten en beide onderwerpen zijn verdiepingsstof voor het CE. Vanaf januari gaan uitgebreid aan de slag met de voorbereiding op het Centraal Examen.



Het programma van klas 5 en 6 (eventueel ook 4) zal spoedig op enkele punten worden aangepast, aangezien ook de onderwerpen voor het Centraal Examen (deels) zijn gewijzigd. Een van de nieuwe onderwerpen is de moderne geschiedenis van China, een onderwerp dat al eerder jarenlang vast bestanddeel van ons programma was.


Bastiaan Toering vertelt hoe de sectie geschiedenis van het GGH je voorbereidt op de studie geschiedenis aan de universiteit.